zaterdag 5 maart 2011

SATURDAY NIGHT FEVER IN SYDNEY

De zon is verdwenen. De thermometer bij de apotheker geeft nog maar 25 graden aan. De grote Coca Cola neon panelen op het kruispunt breken de duisternis. Ook in de van hier uitwaaierende straten heerst kunstlicht. De neonlichten kleuren de nacht helrood, fluogeel, metaalblauw, oranje, gifgroen. Zij lokken en verleiden. In de restaurants, cafés en terrasjes flikkeren kaarsen.
Wil je classy, hamburgers of fast thai eten, koele wijn, dans en hitte, live porno of muziek of een duo in een donkere hoek?
Golven tieners en twenners wandelen uit Kings Cross station met kabbelend gebabbel. Een stroom van auto’s en taxi’s schuift door de straten. Taxi’s voeren af en aan. Ben je ouder dan val je uit de toon. Een man met bakkebaarden en Harley Davidson schuifelt tussen de auto’s. Een gepansterde limousine met gefumeerde ruiten passeert.
Meisjes spelen hier het paradijsvogelmannetje. Zij pronken met rokjes en kleedjes tot aan de bilnaad, lange benen en borsten in alle maten. De overheersende kleur is zwart, naast witte rokjes met fronsjes, de diepte van de rugsnit varieert, de borsten tonen meer dan zij suggereren. Meisjes op stilettohakken wandelen heupwiegend of onzeker als op de rand van een afgrond. Een meisje trekt aan de rand van haar kleedje, drie maal, maar het blijft even kort, even onthullend. Jongens lopen in jeans en hemd, zien er grijs uit als paradijsvogelvrouwtjes.
Een gsm rinkelt. Een groepje valt uiteen. “Where are you going?” vraagt hij terwijl zij laveert tussen de auto’s en nog even antwoordt: “My friend is in Kings Cross Station.”
Een rode gestroomlijnde Japanse motor staat stil in het verkeer. De berijders, man en vrouw, geraken het niet eens over hun doel.
Bij elke drankgelegenheid staan security agenten. Wie geen achttien is geraakt niet binnen. Mij laten zij door zonder geschreven bewijs van leeftijd. In de Irish Pub waarboven ik een kamer huur is het mij te druk. Het ruikt er naar zweet en verschaald bier. De muziek is live en luid.
Geef mij maar de nacht met haar wisselend licht, zwoelte, donkere hoeken. Ik zit op een bank bij de stoep en kijk verwonderd naar het zaterdagse ballet, de zaterdags koorts en hormonen, het spel van kijken en bekeken worden, van aantrekken en afstoten.
Plots klinkt een fluitje. Een tiental security agenten zetten het op een lopen, de matrakken zwaaien mee met hun pas. Een politieauto stopt en draait om. Inmiddels staan er vijf. Stoere binken worden gehandboeid opgeladen en afgevoerd.
Dan danst het ballet van heb je mij gezien verder.